gefluisterde taalwetenschap

Taalfamilies

De belangrijkste taalfamilies

Bijna alle talen die op onze wereldbol worden gesproken, worden ingedeeld in circa dertig taalfamilies.

Zo hoort ons Nederlands tot de Indo-Europese taalfamilie, een groep van 177 talen die in Europa en Zuid-Azië worden gesproken.

Maar hoe wordt zo’n taalfamilie bepaald?

Dat gebeurt in de eerste plaats aan de hand van de onderlinge verwantschap. Als die er is, dan horen de talen tot dezelfde taalfamilie. Binnen die familie worden dan verdere families en subfamilies benoemd.

De overkoepelende familie wordt aangeduid met de aan de biologie ontleende term phyla (enkelvoud: phylum, van het Griekse phulon: stam of geslacht).

Of bepaalde talen wel of niet aan elkaar zijn verwant, wordt bepaald door de vergelijkende taalwetenschap. Dat is de tak van de taalwetenschap die de overeenkomsten en verschillen in de systematiek van de talen bestudeert. De tak kent twee benaderingen: een synchronische, waarbij typologieën worden opgesteld waarin de talen kunnen worden ingedeeld op basis van hun onderlinge verschillen en overeenkomsten, en een diachronische, waarbij men de nadruk legt op de onderlinge verwantschap van talen op grond van hun historische ontwikkeling.

William Jones

Het onderzoek naar taalverwantschappen is nog niet zo oud als we misschien denken. In de 17e eeuw stelde Gottfried Wilhelm Leibniz al vergelijkende woordenlijsten samen. Maar de grote doorbraak kwam er toen William Jones in 1786 vaststelde dat er tussen het Sanskriet, Grieks en Latijn systematische overeenkomsten bestonden die niet door toeval konden worden verklaard. Hij had het niet over een aantal toevallig overeenkomende woorden, maar over systematische overeenkomsten in de taalstructuur.

In sommige gevallen kan taalverwantschap eenvoudig worden vastgesteld omdat er vele bewaard gebleven geschriften zijn in de taal of met verwijzingen naar de taal. Dat is hoofdzakelijk zo voor de talen van Europa en Azië, zoals de Indo-Europese, de Afro-Aziatische (zoals Berber en Aramees) en in mindere mate de Dravidische talen (die een lange geschiedenis kennen en al zeer vroeg schriftelijk zijn vastgelegd, met als bekendste taal het Tamil). In andere delen van Afrika, maar ook in Amerika en Oceanië kennen talen geen of slechts een korte geschreven geschiedenis en dus zijn de uitspraken over taalverwantschap heel voorbarig te noemen.

Er zijn ook talen die geen enkele verwantschap met andere talen vertonen en dus bij (nog) geen enkele taalfamilie kunnen worden ingedeeld. Dit zijn de zogenoemde geïsoleerde talen. In Europa kennen we maar één geïsoleerde taal: het Baskisch. In Noord- en Zuid-Amerika zijn er een hoop, nagenoeg allemaal indianentalen.

Omdat vergelijkende taalkunde geen exacte wetenschap kan zijn, is er heel wat pseudotaalwetenschap. Artikels daarover vind je ook op deze taalblog.

De meest gebruikte indeling is die van C.F. Voegelin en F.M. Voegelin uit 1977: Classification and index of the world’s languages.

De taalkundige diversiteit van Papoea-Nieuw-Guinea

Als ik je vraag in welk land ter wereld de meeste talen worden gesproken, dan is de kans behoorlijk groot dat je India antwoordt. Met 22 officiële talen en honderden officieuze talen die alle samen door 1,3 miljard mensen worden gesproken, is India inderdaad een van de taalkundig rijkste landen ter wereld.

Maar India is op dat vlak niet opgewassen tegen een land in de Stille Zuidzee met slechts 7,6 miljoen inwoners: Papoea-Nieuw-Guinea. (meer…)

Pseudotaalwetenschap in actie (8): Sanskriet is afkomstig uit Sloveens

Lezer Frank Verhoft wees me erop dat sommige linguïsten redenen hebben om te besluiten dat het Sloveens en het Sanskriet zo veel overeenkomsten hebben dat het Sanskriet ongetwijfeld het Sloveens rechtstreeks heeft beïnvloed.

Maar anderen gaan nog een stap verder en beweren dat het omgekeerde het geval is:

(meer…)