Buitenaardse wezens zullen we niet begrijpen

De afgelopen jaren waren er diverse valse SETI-waarnemingen (SETI: zoektocht naar buitenaards leven), maar stel je voor dat het dit jaar zover is.

Misschien is de primeur voor een radiotelescoop in Rusland, of misschien voor een optische telescoop in de Verenigde Staten, maar in de loop van dit jaar ontvangt iemand ergens een signaal. Astronomen zijn skeptisch maar verwittigen hun collega’s en zetten toch andere telescopen over de hele wereld in. Het signaal is te specifiek of te vreemd om als natuurlijk fenomeen te worden beschouwd, en het herhaalt zichzelf stipt na een bepaald interval. Voorzichtig maar met enig enthousiasme raakt het nieuws bekend. We hebben een bericht van de sterren ontvangen!

Dus stellen we de interessante vraag: wat gebeurt er dan?

Wel, als je de logica van de beroemde Poolse filosoof en sciencefictionschrijver Stanisław Lem volgt, dan zou er na een hoop tumult en frustratie helemaal niets gebeuren. Volgens de logica van Lem zijn we mogelijk nooit in staat om een bericht van buitenaardse wezens te lezen of te begrijpen.

Lem zette zijn argument uiteen in zijn meesterwerk uit 1968: His Master’s Voice. Zijn verhaal vertelt over de pogingen en mislukking van een gigantische inspanning om een buitenaardse uitzending te ontcijferen. Naarmate het boek de discussie over filosofie, taalkunde, wiskunde, informatietheorie en meer aangaat, legt Lem traag maar zeker de argumenten van cynici uit waarom langeafstandcommunicatie met buitenaardse wezens nagenoeg zeker gedoemd is om te mislukken.

Heel eenvoudig uitgelegd, besluit Lem dat er twee onoverkomelijke en natuurlijke barrières zijn die communicatie met buitenaardse wezens onmogelijk maken. Het gaat om de taalkundige kloof en de intelligentiekloof.

De taalkundige kloof

We geven de mensheid toch een beetje krediet en gaan ervan uit dat het hypothetische buitenaardse bericht niet volledig buiten ons zoogdiervermogen ligt. Lem zegt dat zelfs in dat geval een theoretisch begrijpelijk bericht waarschijnlijk toch nog onleesbaar zou zijn.

Reden 1: We delen bijna zeker geen van de referentiepunten waarop we ons voor taal verlaten.

In His Master’s Voice werpt Lem het punt op dat we in elke bekende menselijke taal, van Latijn over Baskisch tot Kinyarwanda, het bericht “grootmoeder dood, begrafenis woensdag” kunnen vertalen en dat het zal worden begrepen.

Maar deze vertaling is alleen mogelijk omdat we biologisch en cultureel al dezelfde referentiepunten delen die nodig zijn om de woorden te begrijpen. Iedereen sterft. We planten ons allemaal voort met twee geslachten en we hebben grootmoeders. Ondanks grote interculturele verschillen, hebben we allemaal een ceremonie voor als iemand sterft. En last but not least ervaren we allemaal de zwaartekracht van de aarde en noteren we het voorbijgaan van de tijd met termen die perioden met licht en duisternis beschrijven die worden veroorzaakt door het draaien van onze planeet.

Maar Lem vraagt je een buitenaards wezen voor te stellen dat zich aseksueel voortplant, zoals een amoebe. Een ongeslachtelijk wezen heeft geen grootmoeder, en dus ook geen woorden om er een te beschrijven. Op dezelfde manier zijn wezens die zich op het eind van hun leven splitsen in plaats van vergaan, evenmin “bekend met het begrip dood en begrafenissen”, schrijft Lem. Al deze begrippen moeten worden uitgelegd. Maar het enige gereedschap in onze koffer om die uit te leggen, is meer taal, die vol onverklaarde begrippen zit.

Lem meent dat taal gedeelde referentiepunten tussen gesprekspartners nodig heeft. En tenzij intelligente wezens schrikwekkend erg op ons lijken en zoals wij handelen, zullen buitenaardse wezens in een denkbaar oneindig aantal manieren van ons verschillen. Er is dus geen enkele garantie dat buitenaards leven een bericht zal kunnen sturen dat we kunnen begrijpen. En zelfs als dat toch het geval is, wie weet of we ooit iets kunnen maken van de woorden van iets vreemds als een telepathisch denkend wezen met een biologie op basis van arsenicum.

Reden 2: Een buitenaardse communicatie kan diverse onbegrijpelijke vormen aannemen.

In de uitstekende film Arrival zagen we al dat een bericht van een buitenaardse levensvorm vreemde vormen zou kunnen aannemen.

In His Master’s Voice geeft Lem vier voorbeelden om de verschillende mogelijkheden aan te tonen waarom buitenaardse wezens kunnen communiceren. Elk voorbeeld heeft zijn eigen valkuilen die ons in verwarring brengen en verbijsteren.

De eerste mogelijkheid is dat het bericht geschreven kan zijn op de manier waarin mensen met elkaar communiceren, zegt Lem, in een of andere ‘verklarend-transactionele taal zoals de onze’, met individuele betekeniseenheden, zoals woorden die verwijzen naar voorwerpen en begrippen. Hoewel de woordenschat en grammatica van die taal op zich ons petje te boven gaan, dan weten we tenminste hoe we onze pogingen tot vertaling moeten beginnen.

Maar de communicatie kan ook bestaan uit een “systeem van ‘vormgevende’ signalen, zoals televisie of radio”, zegt Lem. Dit zou betekenen dat de communicatie die we ontvangen niet alleen het bericht zelf is, zoals een bericht in binaire code. Het ontvangen signaal zou eerder code zijn voor een bericht. In dit geval zijn we eraan voor de moeite. Hoe onwaarschijnlijk ook, onze buitenaardse tegenhangers communiceren mogelijk voornamelijk via iets als reuk, en hun signalen zijn bedoeld om te worden verwerkt in iets als een geurtelevisie. Voor een geurige mededeler is dit de meest logische manier om over lange afstanden te communiceren.

De derde en vierde mogelijkheid bestaan erin dat de communicatie “een ‘recept’ zou kunnen voorstellen, met name een reeks instructies die nodig zijn voor de productie van een bepaald voorwerp”, schrijft Lem of ze “zouden een beschrijving van een voorwerp — van een specifiek ‘ding’ — kunnen inhouden in een code die ‘a-cultureel’ is, een die alleen verwijst naar bepaalde constanten in de wereld van de natuur, die kan worden ontdekt door fysica en wiskunde.” In het boek speelt de hoofdrolspeler van Lem kort met het begrip dat de buitenaardse sprekers het recept sturen om een buitenaards wezen zelf te kweken/bouwen, dat vervolgens persoonlijk kan communiceren.

Reden 3: Met wiskunde raken we niet overal.

Het idee van het verzenden van een ‘recept’ of een beschrijving van een voorwerp kan aanvankelijk knettergek klinken, maar het is eigenlijk logisch. Als je je beperkt tot wiskunde en fysica – die voor zover we weten de moedertaal zijn van het universum, misschien het enige referentiepunt tussen buitenaardse wezens – dan is de eenvoudigste communicatie mogelijk een wiskundige of fysische beschrijving van iets.

Toch is Lem pessimistisch over het vermogen van wiskunde om communicatie te verzorgen. Zijn hoofdrolspeler meent dat “iemand niets over de wereld kan zeggen met wiskunde — het wordt ‘zuiver’ genoemd, net omdat het ontdaan is van alle materiële rommel, en zijn absolute zuiverheid is zijn onsterfelijkheid. Maar precies daarin ligt zijn willekeur, want ze kan elke soort wereld voortbrengen, zolang die wereld consequent is.”

Bijvoorbeeld, “nemen we aan dat ze ons een zeshoek sturen. Daarin kunnen we het plan voor een chemische molecule zien, of voor een honinggraat van een bij, of voor een gebouw. Een oneindig aantal voorwerpen hebben die geometrische vorm.” Je kunt in de specifieke wereld niet verder gaan met wiskundige abstracties zonder het gebruik van taal, en op dat ogenblik word je geconfronteerd met de problemen die we al bespraken.

“Met wiskunde kan iemand laten weten dat die is, dat die bestaat“, schrijft Lem.

De intelligentiekloof

Stel je voor dat we door enig absurd taalkundig geluk de ontvangen uitzending kunnen lezen. We krijgen het bericht als een brief, met een binaire code met en ontcijferbare woordenschat en grammatica. Volgens Lem lost dat slechts de helft van het probleem op, want wij zijn waarschijnlijk te dom of zij te verschillend om de boodschap te begrijpen.

Dit is min of meer wat gebeurt in His Master’s Voice. Daarin schrijft Lem: “Met een van de sterren ontvangen bericht doen we net hetzelfde als een wilde die zichzelf verwarmt met het vuur van brandende boeken … en gelooft dat hij een geweldig voordeel heeft gehaald uit zijn vondst.”

Reden #4: Onze buitenaardse pennenvrienden zijn mogelijk té intelligent voor ons.

Ik zou een groot deel van mijn leven kunnen besteden aan het proberen communiceren met een mierenkolonie, maar het zou vergeefs zijn. Wat ik te zeggen heb, gaat de cognitieve vermogens van ofwel de individuele mieren of de kolonie in haar geheel serieus te boven.

Op een soortgelijke manier kan ik communiceren met mijn hond, een heel intelligent dier, maar alleen in de mate waarin de cognitieve vermogens van de hond dat toelaten. ‘Ik ben boos op je’ kan de hond wel begrijpen, maar moeilijker begrippen zoals ‘zo werkt wifi’ is te hoog gegrepen voor hem.

Het is geen ingewikkeld argument: de mens bevindt zich mogelijk onvoldoende ver in de evolutie om te begrijpen wat onze buitenaardse gesprekspartners willen zeggen. Misschien is de boodschap bedoeld voor artificiële intelligentie die ons zal vervangen; niet voor ons dus, wezens met hersenen van vlees, die zich alleen bezig houden met seks en eten. Ten slotte kijkt onze huidige beschaving van op een bank en in slow-motion naar hoe we onze zeeën doen koken en landen doen bakken met de klimaatverandering – en wie zou met zo’n beschaving willen praten?

Reden #5: Het verschil tussen onze beschavingen is waarschijnlijk te groot.

Zelfs als onze buitenaardse gesprekspartners intellectueel niet ver van ons verwijderd zijn, als hun beschaving voldoende ver gevorderd is, blijven we waarschijnlijk ook in het donker zitten.

Lem geeft een (toegegeven, vreemde) analogie: “Als een kunsthistoricus, antropoloog, arts en scheikundige het hoofd en gouden dodenmasker van de oude Egyptische heerser Amenhotep bestuderen, dan kunnen ze in deze moderne tijd veel meer informatie afleiden dan de makers ervan bezaten”, schrijft Lem.

Uit dat 6000 jaar oude voorwerp konden onze onderzoekers afleiden welke religieuze overtuigingen de Egyptenaren hadden, met welke methode ze goud bewerkten, of Amenhotep fysiologisch van moderne mensen verschilde, en de diagnose dat “Amenhotep leed aan een hormonaal onevenwicht, acromegalie, dat hem zijn misvormde kaak gaf”, schrijft hij.

Maar “als we de procedure omdraaien en een huidige brief naar een Egyptenaar ten tijde van Amenhotep sturen, dan zal hij die niet begrijpen, niet alleen omdat hij onze taal niet kent, maar ook omdat hij niet over de woorden of begrippen beschikt om naast die van ons te plaatsen”, schrijft Lem.

Op geologisch vlak is de mens maar een pasgeboren baby. We zijn nog maar net begonnen met het afspeuren van de hemel naar radiogolven van een buitenaardse intelligentie. Als we een communicatie ontvangen van een beschaving die al enkele honderdduizenden jaren is geëvolueerd sinds ze radiosignalen ontdekten, kunnen we dan begrijpen wat ze te zeggen hebben? Zelfs als ze het zodanig vereenvoudigen dat de boodschap alleen begrippen bevat die ze slechts enkele millenia na hun radiogolven ontdekten, dan nog zouden we er niets van begrijpen.

(bron: astronomy.com)

One comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.