Meer dan 300 miljoen mensen spreken een vorm van Maleis, verspreid over Maleisië, Indonesië, Brunei, Singapore en delen van Thailand. Toch weten maar weinig westerlingen dat deze taal al eeuwenlang de lingua franca van de hele regio is. Een taal die kooplieden, koninkrijken en kolonisatoren met elkaar verbond, en die nu in het centrum staat van een opmerkelijk politiek debat: moet het Maleis een officiële taal van de ASEAN (Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties) worden?
Een taal met diepe wortels
Toen Magellaan in 1519 vanuit Sevilla vertrok op zoek naar de ‘specerijeneilanden’ (de Molukken), had hij een Italiaanse kroniekschrijver aan boord: Antonio Pigafetta. Deze stelde een lijst samen van meer dan vierhonderd woorden in een taal die gesproken werd door moslims in de Molukken. Die taal bleek Maleis te zijn. Pigafetta’s woordenlijst bewijst dat het Maleis al aan het begin van de zestiende eeuw ver buiten het Maleisische schiereiland werd gebruikt.
Die verspreiding was geen toeval. In de vijftiende eeuw was Malakka, een havenstad aan de westkust van het gelijknamige schiereiland, uitgegroeid tot de grootste haven van Zuidoost-Azië. De stad vormde het knooppunt voor de handel tussen Indonesië, China, India en het Midden-Oosten. De kooplieden van Malakka spraken Maleis, en via hun handelsnetwerken verspreidde de taal zich over de hele archipel.
Maar de geschiedenis van het Maleis gaat nog verder terug. De oudste bekende inscripties in het zogenaamde ‘oud-Maleis’ dateren uit de jaren 680 en zijn gevonden op het eiland Bangka en in de stad Palembang, beide in het zuiden van Sumatra. Daar lag Sriwijaya, een machtig handelsrijk dat de controle had over de Straat van Malakka en daarmee over de handel in de regio.
Maleis: een taal, vele gedaanten
Het woord ‘Maleis’ dekt tegenwoordig een complexe lading. Taalkundig gezien bestaat er niet één Maleis, maar een groep nauw verwante talen. De website ethnologue.com onderscheidt verschillende varianten, van het standaard-Maleis in Maleisië tot het Maleis van Kedah in het noorden en dat van Sabah op Borneo. En dan is er nog het Indonesisch, officieel gebaseerd op het ‘Maleis van Riau’ (een eilandengroep tussen Sumatra en Singapore), maar inmiddels zo sterk beïnvloed door andere Indonesische talen dat het een eigen karakter heeft ontwikkeld.
Die verhouding tussen Maleis en Indonesisch is politiek gevoelig. Voor Maleisiërs bestaat er maar één Maleise taal, en is het Indonesisch daarvan afgeleid. Voor Indonesiërs is het Maleis slechts een van de vele regionale talen van hun land, terwijl het Indonesisch een moderne nationale taal is die zich zelfstandig heeft ontwikkeld.

Maleis als identiteit
De term ‘Maleis’ is niet alleen een taalkundige aanduiding, maar ook een etnische identiteit. In Maleisië onderscheidt het de Maleisiërs van de Chinezen en Indiërs, die als ‘allochtonen’ worden beschouwd. Het markeert ook het verschil met de Orang Asli, de oorspronkelijke bewoners van het schiereiland die in de bossen van het binnenland leven.
Die identiteitskwestie verklaart waarom de Maleisiërs vasthouden aan het idee dat het Maleis uit Maleisië komt, terwijl de taalkundige feiten anders uitwijzen. De oudste inscripties zijn immers gevonden op Sumatra, niet op het schiereiland.
Een officiële taal voor de ASEAN?
Die spanning tussen taalkundige werkelijkheid en politieke wenselijkheid kwam recent scherp naar voren. De Maleisische premier Ismail Sabri Yaakob stelde voor om het Maleis tot tweede officiële taal van de ASEAN (Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties) te maken. Zijn argument: meer dan 300 miljoen mensen in de ASEAN-landen spreken dagelijks Maleis, wat het tot de zevende meest gesproken taal ter wereld zou maken.
De Indonesische minister van Onderwijs, Nadiem Makarim, wees het voorstel vrijwel direct af. Volgens hem zou het ‘realistischer’ zijn om het Indonesisch als ASEAN-taal te overwegen, aangezien die taal in Azië, Australië, de Verenigde Staten en Europa wordt onderwezen.
Beide argumenten zijn overigens aanvechtbaar. Wat in Zuid-Thailand wordt gesproken, is inderdaad een vorm van Maleis, maar de talen van Cambodja en de zuidelijke Filipijnen behoren weliswaar tot dezelfde Austronesische taalfamilie, maar zijn volstrekt andere talen. De Austronesische talen vormen een enorme familie die zich uitstrekt van Taiwan in het noorden tot Nieuw-Zeeland in het zuiden, en van Madagaskar in het westen tot Paaseiland in het oosten.
Een taal die verbindt en verdeelt
Het debat over de status van het Maleis legt een fascinerende spanning bloot. Aan de ene kant is het Maleis al eeuwenlang de verbindingstaal van Zuidoost-Azië, een taal die handelaren, diplomaten en gewone mensen in staat stelde om over etnische en nationale grenzen heen te communiceren. Aan de andere kant is diezelfde taal nu het onderwerp van nationalistische claims en politieke rivaliteit.
Wat vaststaat, is dat het Maleis in al zijn varianten een van de belangrijkste talen van Azië blijft. Of het ooit de officiële status krijgt die sommigen voor ogen hebben, is een andere vraag. Maar wie Zuidoost-Azië wil begrijpen, kan niet om deze taal heen.
Bron: Anda Djoehana Wiradikarta, “La langue malaise, au cœur de l’Asie du Sud-Est”, Asialyst (2025).