Een kind écht tweetalig opvoeden

Sinds we enkele jaren geleden overschakelden van kabel- naar satelliettelevisie en we nagenoeg dagelijks naar Britse zenders kijken (met Engelse ondertiteling in het geval van komische series of mensen met een behoorlijk accent), valt het me op dat de kennis van de Engelse taal bij de kinderen, en zeker bij het jongste kind, drastisch toegenomen is. Tweetalig worden ze er niet van, maar de vooruitgang is opmerkelijk.

Echte tweetaligheid is heel zeldzaam en mooi. Met ‘echte’ bedoel ik dat iemand twee talen spreekt met de vaardigheid van een native speaker. De meesten onder ons kunnen daar alleen maar van dromen.

Tweetaligheid komt uiteraard maar zelden voor in de Engelstalige wereld, waar kinderen doorgaans niet aan andere talen worden blootgesteld. Maar dat betekent niet dat er geen onderzoek naar wordt gedaan.

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat het voor het tweetalig opvoeden van een kind van groot belang is dat het kind massaal aan die taal wordt blootgesteld. In tegenstelling tot wat men wel eens denkt, en wat ik ook zelf al heb gemerkt, is blootstelling aan televisie in die taal verre van voldoende. Kinderen leren op die manier wel woordenschat en content, maar onvoldoende voor echte tweetaligheid. Daartoe is echt menselijke interactie vereist, op dezelfde manier als we onze moedertaal leren.

Voor een tweetalige opvoeding moet dit dus in beide talen gebeuren. Het duurt overigens ook voor een kind veel langer om van jongsaf twee talen te leren dan één taal. Ook dat heeft met blootstelling te maken.

De voordelen van tweetaligheid zijn genoegzaam bekend: tweetalige kinderen hebben betere cognitieve functies (bv. probleemoplossing), zijn beter in algemene communicatie en stellen zich daarom ook socialer op. Ten slotte zouden twee- en meertalige mensen ook bestendiger zijn tegen dementie en andere symptomen van de ziekte van Alzheimer. Hoe meer en beter ze talen spreken, hoe later de symptomen zich voordoen.
Over de kracht van taal twijfelt niemand, maar weinige mensen beseffen wat de kracht is van de woorden en zinnen die we actief in andere talen horen.

Tweetalige opvoeding leidt ook tot een taalkundig nadeel. Een tweetalig opgevoed kind zal een kleinere woordenschat in elke taal beheersen dan een kind dat slechts één taal leert. De vraag is natuurlijk in welke mate dat een beperking oplevert. Kinderen kunnen ook een voorkeur voor een van beide talen hebben zodat ze de andere taal verwaarlozen. Dan is het aan de ouders om de aandacht voor de als minder leuk ervaren taal te behouden.
Het mengen van talen is dan weer geen nadeel. Dat doen volwassen ook wel, maar is geen teken van verwarring, wel van hun taalkundige vaardigheid.

Wat kunnen ouders dus best doen als ze hun kind tweetalig willen opvoeden? In beide talen leuke, interessante conversaties voeren zodat het kind ook iets leert, en vooral heel veel aandacht en werk aan besteden. Het kind zal overigens niet automatisch perfect tweetalig zijn. Dat hangt van kind tot kind af. Maar dat mag de ouders niet ontmoedigen. Het kind leert er sowieso veel van. En dat kan, zoals we hierboven zagen, later alleen maar voordelig zijn.

Zorg jij ervoor dat je kind(eren) ook andere talen leren of er op z’n minst aan worden blootgesteld? Vertel gerust over je ervaringen in de reacties.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s