Talen lijken misschien wild verschillend, maar nieuw onderzoek toont aan dat ze verrassend consistente – en diep menselijke – regels volgen.
Een omvangrijke nieuwe analyse van meer dan 1700 talen wereldwijd bevestigt dat sommige al lang bediscussieerde ‘universele’ grammaticaregels inderdaad kloppen. Met behulp van geavanceerde evolutionaire methoden ontdekten onderzoekers dat talen de neiging hebben om op voorspelbare wijze te evolueren, in plaats van willekeurig. Sleutelpatronen, zoals woordvolgorde en grammaticale opbouw, duiken herhaaldelijk op, waar ter wereld ook. De resultaten suggereren dat gedeelde menselijke denkwijzen en communicatiedruk de manier vormgeven waarop alle talen zich ontwikkelen.
Talen evolueren niet willekeurig
Onder leiding van Annemarie Verkerk (Universiteit van Saarland) en Russell D. Gray (Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie) analyseerde een internationaal onderzoeksteam 191 voorgestelde universele grammaticaregels. Hiervoor maakten ze gebruik van Grambank, de grootste database met grammaticale kenmerken ooit samengesteld, met gegevens van meer dan 1700 talen.
Eerder probeerden taalkundigen om overeenkomsten tussen verwante of nabijgelegen talen te vermijden door steekproeven te nemen uit ver uit elkaar gelegen regio’s. Hoewel deze aanpak nuttig was, elimineerde ze niet volledig verborgen verbindingen tussen talen. Bovendien verzwakte het de statistische resultaten en bood het geen inzicht in hoe talen in de loop der tijd veranderen.
Om dit aan te pakken, pasten de onderzoekers Bayesiaanse ruimtelijk-fylogenetische analyses toe. Deze methode houdt rekening met zowel gedeelde afstamming als geografische invloeden en biedt daardoor een veel hoger niveau van statistische betrouwbaarheid dan de meeste eerdere studies.
Wat zijn de belangrijkste bevindingen?
Uit het onderzoek blijkt dat ongeveer een derde van de lang bestudeerde ‘taaluniversalia’ stevige statistische onderbouwing heeft. Voorbeelden hiervan zijn woordvolgorde (of werkwoorden voor of na het lijdend voorwerp komen) en hiërarchische structuren (hoe grammaticale relaties binnen zinnen worden gemarkeerd).
Deze patronen komen herhaaldelijk voor in niet-verwante talen, op verschillende plekken ter wereld. Dat wijst erop dat er diepgaande beperkingen zijn die bepalen hoe mensen taal organiseren.
Gedeelde druk vormt de structuur van taal
Russell Gray, een van de hoofdauteurs, maakt de volgende bedenking: “We hebben overwogen of we dit als een ‘glas halfleeg’- of ‘glas halfvol’-artikel moesten schrijven: ‘Kijk hoeveel voorgestelde universalia niet opgaan’ of ‘Er is robuuste statistische steun voor ongeveer een derde’. Uiteindelijk kozen we ervoor om de patronen te benadrukken die zich herhaaldelijk ontwikkelen. Dit laat zien dat gedeelde cognitieve en communicatieve druk talen stuurt naar een beperkt aantal voorkeursoplossingen op grammaticaal gebied.”
Door te identificeren welke universalia daadwerkelijk standhouden bij strenge tests, helpt de studie om de focus voor toekomstig onderzoek te versmallen. Het wijst wetenschappers in de richting van de onderliggende cognitieve en communicatieve krachten die de menselijke taal vormgeven.
Wetenschappelijke bron
Het onderzoek, getiteld ‘Enduring constraints on grammar revealed by Bayesian spatiophylogenetic analyses‘, is gepubliceerd in Nature Human Behaviour (2025).
Bron: Max Planck Gesellschaft.