Homerus

Waarom oude beschavingen doorgaans geen woord hadden voor blauw

In een oud Zen-verhaal discussiëren twee monniken over het feit of een vlag wappert dan wel de wind waait. Hun leraar vindt hen allebei dom en zegt “Het is je geest die zich beweegt”. De eeuwenoude paradox toont het punt dat Zen-meesters — en later ook filosofen, psychologen en neurowetenschappers — op een of ander tijdstip hebben benadrukt: de menselijke ervaring vindt plaats in de geest, maar we delen werkelijkheid via taal en cultuur, en deze bepalen op hun beurt hoe we onze ervaring zien.

Dergelijke waarnemingen brengen ons tot een andere paradoxale vraag: als een taal geen woord heeft voor iets als de kleur blauw, kan dit dan bestaan in de geest van de spreker? We kunnen alvast het idee vergeten dat er ergens in de wereld een blauwe kleur is. Kleur is het resultaat van de samenwerking tussen licht, het oog, de oogzenuw en de visuele cortex. En toch beweert Maria Michela Sassi, professor oude filosofie aan de universiteit van Pisa, dat “elke cultuur zijn eigen manier heeft om kleuren te benoemen en in te delen”.

Het bekendste voorbeeld komt van de oude Grieken. Al sinds de 18de eeuw wijzen wetenschappers erop dat Homerus in de duizenden woorden van de Ilias en Odysseus niet één keer iets — zee, hemel, kies maar — als blauw beschrijft. En volgens Sassi waren het niet alleen de Grieken die geen blauw zagen, of toch niet zoals wij:

Er is een specifieke Griekse kleurcultuur, net zoals er een Egyptische, een Indiase, een Europese enz. is. Elke cultuur uit zich met een woordenschat met zijn eigen eigenheid, die niet alleen kan worden gemeten volgens de wetenschappelijke maatstaf van het model van Newton.

Ooit dacht men dat culturele kleurverschillen te wijten waren aan de fasen van evolutionaire ontwikkeling — dat ‘primitievere’ volkeren een minder ontwikkeld kijkvermorgen hadden. Maar verschillen in kleurwaarneming zijn “niet te wijten aan verschillen in de anatomische structuren van het menselijk oog”, schrijft Sassi, “maar wel aan het feit dat verschillende oculaire zones worden gestimuleerd, wat verschillende emotionele responsen teweegbrengt op basis van verschillende culturele contexten”.

Het bewijs van de oude Griekse literatuur en filosofie toont aan dat aangezien blauw geen onderdeel was van de door Homerus en zijn lezers gedeelde woordenschat (geel en groen vinden we evenmin ergens terug), het mogelijk evenmin tot hun zintuiglijke ervaring hoorde. De wereldwijde verspreiding van blauwe inkt is een relatief recent fenomeen dat alles te maken heeft met beschikbaarheid. “Als je erover nadenk”, schrijft Kevin Loraia van Business Insider, “komt blauw niet veel voor in de natuur — er zijn geen blauwe dieren, blauwe ogen zijn zeldzaam en blauwe bloemen worden vooral door de mens gemaakt”.

De kleur blauw ontstond in de moderne tijd met de ontwikkeling van stoffen die als blauw pigment konden dienen, zoals Pruisisch blauw, dat in Berlijn is uitgevonden, in China werd vervaardigd en in de 19de eeuw naar Japan werd geëxporteerd. “De enige oude cultuur die een woord voor blauw had, waren de Egyptenaren — en dat was ook de enige cultuur die blauwe verf kon ontwikkelen.” Kleur is niet alleen cultureel, maar ook technologisch. Maar mogelijk was het eerst een taalkundig fenomeen.

Hedendaags onderzoeker Jules Davidoff ontdekte dat dit waar was toen hij experimenten uitvoerde bij een Namibisch volk dat geen onderscheid maakte tussen blauw en groen (maar wel namen had voor veel meer tinten van groen dan in het Engels of Nederlands). “Davidoff zegt dat zonder een woord voor een kleur”, schrijft Loria, “zonder een manier om het als anders te identificeren, is het veel moeilijker voor ons om te merken wat er zo uniek aan is”. Tenzij we kleurenblind zijn, ‘zien’ we allemaal dezelfde dingen wanneer we naar de wereld kijken wegens de basisbiologie van menselijke ogen en hersenen. Maar of bepaalde kleuren verschijnen, heeft minder te maken met wat we zien dan met wat we al voorgekauwd zijn te verwachten.

(bron: openculture.com)