tilde

De letter ñ, in heel de wereld het teken van de Spaanse identiteit

De ñ ontstond in de middeleeuwen en is samen met de ç in Spanje gecreëerd. Toch komt ze pas sinds 1803 voor in het woordenboek van de Spaanse Academia Real.

Geen español zonder ñ. Het is de 15de letter in het Spaanse alfabet en komt voor in meer dan 15.700 woorden. De letter ñ verscheen pas in 1803 voor het eerst in het woordenboek van de Koninklijke Spaanse Academie (RAE), maar hij bestaat al sinds de middeleeuwen. Zo vinden we de ñ terug in een tekst uit 1176.

In het Latijn bestond de klank of de letter ñ niet, maar naarmate Latijn evolueerde en Romaanse talen als Spaans, Frans en Italiaans hun intrede deden, verscheen ook de palatale neusklank, die wordt uitgesproken met de achterkant van de tong tegen het gehemelte.

In de middeleeuwen waren monniken de wetenschappers van de samenleving en waren kloosters kenniscentra. De letter ñ zou daar zijn uitgevonden omdat er te weinig perkamentrollen waren, die toen heel duur waren, en om tijd te sparen. Blijkbaar waren de monniken, die in de kloosters als schrijvers werkten, ertoe gedwongen om enkele dubbele letters af te korten zodat er meer woorden op een lijn pasten.

Pas sinds 2 oktober 2007 kon de ñ evenals alle andere letters met tildes worden gebruikt in e-mailadressen en domeinnamen.

Volgens deze theorie werd de tweede herhaalde letter als een tilde weergegeven, wat in het Spaans een virgulilla werd genoemd, over de eerste letter. Met andere woorden, wat we als ñ kennen, is in feite een dubbele n, dus in plaats van donna schrijven we doña.

Er is nog een andere theorie over hoe de klank van de letter ontstond. Die zegt dat de letter ñ ontstond als een manier om de nieuwe palatale neusklanken weer te geven die in de negende eeuw verschenen – bijvoorbeeld de dubbele n in Latijnse woorden als annus (año of jaar). Deze woorden gaven de monniken meer werk en om tijd te sparen werden in diverse talen nieuwe manieren bedacht. De letter ñ werd gebruikt in het Spaans en het Galicisch (España), de combinatie nh in het Portugees (Espanha), gn in het Frans en Italiaans (Espagna), en ny in het Catalaans (Espanya).

Deze verschillende vormen werden tot de 13de eeuw door elkaar gebruikt, toen koning Alfons X van Castilië en León een spellingshervorming gelastte als onderdeel van zijn beleid voor een taalkundige vereniging. De monarch, die zijn reputatie als groot lezer, schrijver en intellectueel alle eer wilde aandoen, voerde de letter ñ in als de keuze boven bovenstaande combinaties. Daarmee stelde hij de eerste regels van de Spaanse taal op. Toen ñ op het hele Iberische schiereiland werd gebruikt, nam humanist Antonio de Nebrija in 1492 de letter op in het eerste Spaanse grammaticaboek.

Maar nog niet zo lang geleden liep de letter ñ het risico te verdwijnen, toch uit de geschreven taal. In de jaren 1990 stelde de Europese Economische Gemeenschap (EEG) voor om de letter ñ te verwijderen zodat toetsenborden eenvormiger zouden zijn. Ook op het internet was de letter buitenspel gezet. Pas op 2 oktober 2007 was de ñ, net als andere tildes, toegestaan in e-mailadressen en domeinnamen.

De letter komt zelfs steeds meer voor in het Engels en Nederlands, met woorden van Spaanse herkomst zoals jalapeño, piña colada en El Niño

Het voorstel van de EEG zorgde voor een hevig verzet ter verdediging van of ñ en het Spaans, de op één na meest gesproken taal op de wereld. Zelfs Nobelprijswinnaar Gabriel García Márquez verdedigde de letter. “Het is niet minder dan een schande dat de Europese Economische Gemeenschap Spanje durfde voor te stellen de letter ñ uit ons alfabet te halen, louter voor commercieel gemak”, schreef hij in 1991. “De auteurs van dergelijk misbruik en arrogantie moeten weten dat de ñ geen archeologisch overblijfsel is, maar het tegenovergestelde: een culturele sprong van een Romaanse taal die de andere talen achter zich liet door een klank met slechts één letter weer te geven waarvoor andere Romaanse talen er twee nodig hebben.”

De controverse eindigde op 23 april 1993, toen de Spaanse regering een koninklijk besluit aannam waarin de verplichting werd opgenomen om de letter ñ op toetsenborden te plaatsen.

De letter komt zelfs steeds meer voor in het Engels en Nederlands, met woorden van Spaanse herkomst zoals jalapeño, piña colada en El Niño. Tot aan het midden van de 20ste eeuw kwam de ñ meer voor in het geschreven Engels dan de dubbele n. Maar nu wordt de letter bijna altijd gerespecteerd en is er zelfs een vereniging, de Vereniging voor de Bevordering van Spaanse Letters in de Anglo-Amerikaanse wereld, die zich inspant om de ñ permanent in de Engelse taal te laten opnemen.

Maar we moeten opmerken dat de letter ñ en de klank niet exclusief Spaans zijn. Op het Iberisch schiereiland wordt hij gebruikt in het Galicisch en Asturiaans en in beperktere mate ook in het Baskisch. In Latijns-Amerika maken vele inheemse talen gebruik van de letter, zoals Mapuche in Chile en Argentinië, Zapoteeks in Mexico en Quechua in Ecuador. En ze komt ook voor in andere talen van culturen die in contact kwamen met het Spaans, waaronder Chabacano in de Filippijnen en Bube in Equatoriaal-Guinea.

(Bron: El País)