Taal bepaalt hoe we de tijd ervaren

foto: Paramount Pictures

Blijkbaar had Hollywood het voor de helft juist. In de film Arrival vertolkt Amy Adams de rol van taalkundige Louise Banks die een buitenaardse taal probeert te ontcijferen. Ze ontdekt dat de manier waarop de buitenaardse wezens over tijd praten, hen het vermogen geeft om in de toekomst te kijken– dus naarmate Banks hun taal leert, begint ze ook in de tijd te zien. Zoals een personage in de film zegt: “Als je een buitenlandse taal leert, worden de banen in je hersenen herlegd.”

Volgens een onderzoek van Panos Athanasopoulos, docent taalkunde aan de universiteit van Lancaster, en taalkundige Emanuel Bylund denken tweetaligen inderdaad anders over tijd, afhankelijk van de taal waarin ze de duur van gebeurtenissen schatten. (n.v.d.v.: Met ‘tweetaligen’ wordt in dit artikel verwezen naar mensen die twee talen kunnen spreken, bv. hun moedertaal en een andere taal.) Maar in tegenstelling tot in Hollywood kunnen tweetaligen niet in de toekomst kijken. Uit het onderzoek blijkt echter dat als je een nieuwe manier leert om over de tijd te spreken, de banen in je hersenen wel degelijk worden herlegd. Deze bevindingen vormen het eeste psychofysieke bewijs van cognitieve flexibiliteit bij tweetaligen.

We weten al enige tijd dat tweetaligen snel en onbewust van de ene op de andere taal overschakelen – een fenomeen dat we codeschakelen noemen. Maar verschillende talen hanteren verschillende wereldbeelden en hebben verschillende manieren om de wereld rondom ons te organiseren. De manier waarop tweetaligen met deze verschillende manier van denken omgaan, is lang een mysterie geweest voor taalonderzoekers.

Tijd, verbeelding en taal

Tijd fascineert ons omdat het concept heel abstract is. We kunnen het niet aanraken of zien, maar we organiseren ons hele leven errond. Het heel leuke van tijd is dat onze verbeelding en taal bepalen hoe we de tijd ervaren. Omdat tijd zo abstract is, kunnen we er alleen maar over praten door de terminologie te gebruiken van een ander, concreter ervaringsdomein, en wel dat van ruimte. In het Zweeds, bijvoorbeeld, is framtid het woord voor ‘toekomst’, en het betekent letterlijk “vooruit-tijd”. Zich de toekomst voorstellen als wat voor ons ligt (en het verleden als wat achter ons ligt) doen we ook in het Nederlands. We kijken uit naar de goede tijd voor ons en laten het verleden achter ons.

foto: Paramount Pictures

Maar voor wie Aymara (gesproken in Peru) spreekt, betekent vooruitkijken naar het verleden kijken. Het woord voor toekomst (qhipuru) betekent “achter-tijd” – de ruimteas ligt dus omgekeerd: de toekomst ligt achter ons, het verleden voor ons. In het Aymara wordt de volgende logica gehanteerd: we kunnen niet in de toekomst kijken, evenmin als we achter ons kunnen kijken. Het verleden kennen we al, we kunnen het zien net als alle andere zaken die in ons gezichtsveld, vóór ons, verschijnen.

Deze verschillende manier waarop tijd in de hersenen wordt voorgesteld, beïnvloedt de manier waarop de sprekers van Aymara gebaren maken over gebeurtenissen. Zij die ook Spaans spreken (een toekomst-voorop-taal zoals het Nederlands) maken doorgaans vooruitbewegende gebaren, terwijl zij met weinig of geen kennis van het Spaans achteruitbewegende gebaren maken (wat overeenstemt met het toekomst-is-verleden-patroon van het Aymara), wanneer ze over de toekomst spreken. Sprekers van het Mandarijn gebruiken naast een horizontale tijdsas ook een verticale. Het woord xià (omlaag) wordt gebruikt om over toekomstige gebeurtenissen te praten. Dus als een spreker van het Mandarijn Chinees naar ‘volgende week’ verwijst, dan zegt hij letterlijk “een week omlaag”. Het woord shàng (omhoog) wordt gebruikt om over het verleden te spreken– dus “vorige week” wordt “een week omhoog”. Dit beïnvloedt de manier waarop mensen de ruimtelijke ontplooiing van het verouderingsproces waarnemen.

In een onderzoek werd aan Chinees-Engelse tweetaligen gevraagd om foto’s van een jonge, volwassen en oude Brad Pitt en Jet Li te rangschikken. Ze deden dat met die van Pitt horizontaal, met de jonge Brad Pitt links en de oude Brad Pitt rechts. Maar dezelfde mensen ordenden de foto’s van Jet Li verticaal, met de jonge Jet Li bovenaan en de oude Jet Li onderaan. Het lijkt dus dat cultuur en betekenis nauw samenhangen, zoals deze contextafhankelijke wijziging van gedrag aantoont.

Panos Athanasopoulos

Het onderzoek van Athanasopoulos en Bylund toonde aan dat deze taalverschillen psycho-fysieke gevolgen hebben voor de tweetalige hersenen: ze wijzigen de manier waarop een en dezelfde persoon het verloop van de tijd ervaart, afhankelijk van de taalcontext waarin hij actief is. Zo verkiezen Zweeds- en Engelstaligen de duur van gebeurtenissen aan te geven met fysieke afstanden – een korte pauze, een lang feest. Maar Grieks- en Spaanstaligen verwijzen daarvoor ook naar fysieke hoeveelheden – een kleine pauze, een groot feest. Engels- en Zweedstaligen zien tijd als een horizontale lijn, als afgelegde afstand. Maar Spaans- en Griekstaligen zien ze als een hoeveelheid, als een volume die ruimte inneemt.
(n.v.d.v.: Ik denk dat in vele talen, ook in het Nederlands, beide manieren mogelijk zijn.)

Daarom schatten eentalige Engels- en Zweedstaligen hoeveel tijd lijnen op een computerscherm nodig hebben om langer te worden op basis van hoe ver ze uitbreiden. Als twee lijnen in dezelfde tijdsperiode naar verschillende lengten groeien, dan zijn deelnemers van mening dat de kortere lijn minder lang is gegroeid dan in werkelijkheid en dat de langere lijn langer is gegroeid dan in werkelijkheid. Eentalige Spaans- en Griekstaligen worden bij hun tijdsinschattingen dan weer beïnvloed door de fysieke hoeveelheid – hoeveel een tank met vloeistof is gevuld. Als twee tanks in verschillende mate worden gevuld in eenzelfde tijdsperiode, dan zijn deelnemers van mening dat de tank met de kleinste inhoud sneller is gevuld dan in werkelijkheid (en vice versa).

Flexibele tweetaligen

Maar Spaans-Zweedse tweetaligen zijn flexibel. Wanneer hen de vraag wordt gesteld met het Zweedse woord voor duur (tid), dan schatten ze tijd in met behulp van lijnlengte. Ze worden dan niet beïnvloed door het tankvolume. Wanneer hen de vraag wordt gesteld met het Spaanse woord voor duur (duración), dan schatten ze tijd in op basis van het tankvolume. Ze worden dan niet beïnvloed door de lijnlengte. Het lijkt dus dat je door het leren van een nieuwe taal plots plots te maken krijgt met waarnemingsdimensies waarvan je je eerder niet bewust was.

Het feit dat tweetaligen moeiteloos en onbewust schakelen tussen deze verschillende manieren om de tijd te schatten stemt overeen met het toenemende bewijs voor het gemak waarmee taal onze basiszintuigen beïnvloedt, inclusief onze emoties, onze visuele waarneming en, zoals nu blijkt, ons tijdsgevoel.

Het toont ook aan dat tweetaligen flexibeler kunnen denken en er is voldoende bewijs om te stellen dat dagelijks mentaal tussen verschillende talen schakelen voordelen kan bieden voor studie en multitasking, en zelfs langetermijnvoordelen voor geestelijk welzijn.

Om terug (of is het verder?) te komen op Arrival: het is nooit te laat om een tweede taal te leren. Je kunt er dan wel niet mee in de toekomst kijken, maar je zult de zaken zeker anders zien.

(bron)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.