moeskoppen

Moeskopperij

In De Standaard van afgelopen weekend stond het bericht dat de gemeente Sint-Laureins (Meetjesland) heeft besloten om moeskopperij voortaan met een gemeentelijke administratieve boete te bestraffen. Moeskopperij?

Ik moet toegeven dat ik niet wist wat het woord betekende. Gelukkig bracht het krantenartikel duidelijkheid. Het gaat om diefstal of stroperij van een deel van de landbouwoogst door het plukken, afrukken, afsnijden of uitgraven van vruchten of gewassen.

En wie aan moeskopperij doet, is aan het moeskoppen. Jazeker, het bestaat ook als werkwoord.

Volgens Van Dale is Moeskoppen een typisch Belgisch juridisch woord en is het afkomstig van het Duitse Mauskopf of muizenkop, een woord waarmee een dief of schelm werd bedoeld en dat oorspronkelijk werd gebruikt voor soldaten die onderweg uit stelen gingen.

Het woord komt echter ook voor in Nederland en mag dus – in tegenstelling tot wat Van Dale meldt – tot de Nederlandse standaardtaal worden gerekend.

Moeskoppen had vroeger nog een andere betekenis. Het sloeg letterlijk op ‘den kop tot moes pletten’, ofwel doden.

Meteen weten de Nederlandse families Moeskops (met als bekendste lid de succesvolle wielrenner Piet Moesknops, die vijf keer wereldkampioen sprinten werd) waar hun naam vandaan komt.

In 2015 bracht de Vlaamse troubadour Antoon Roggeman uit Herdersem bij Aalst een dubbel-cd uit met als titel ‘Moeskopperij’ en passende hoes. Verwacht geen teksten over de criminele daad die moeskoppen is, wel maatschappijkritische liedjes.

Of hoe een klein regionaal krantenartikel toch taalkundig interessant kan zijn.