Marcus Perlman

Wetenschappers vinden ‘missing link’ achter de eerste mensentalen

Uit een nieuw onderzoek blijkt voor het eerst dat mensen de bedoelde betekenissen van karakteristieke vocalisaties herkennen, ongeacht de taal die ze spreken. Karakteristieke vocalisaties zijn geluiden die mensen maken om specifieke voorwerpen, entiteiten en acties weer te geven. 

Deze vocalisaties, zoals de imitatie van snurken om slapen weer te geven, of brullen om het over een tijger te hebben, kunnen een cruciale rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van de eerste mensentalen, menen de onderzoekers.

De bevinding steekt af tegen de eerdere veronderstelling dat fysieke gebaren en signalen aan de basis lagen van de ontwikkeling van de menselijke taal.

“Mensen over heel de wereld, ongeacht hun taalkundige of culturele achtergrond, waren bijzonder goed om de betekenissen van deze verschillende vocalisaties te raden”, zegt senior auteur Marcus Perlman, taalkundige aan de universiteit van Birmingham. “Dit kan grote gevolgen hebben voor de manier waarop de gesproken talen van de grond kwamen.”

Karakteristieke vocalisaties

In een online experiment stelden onderzoekers 843 deelnemers, die samen 25 verschillende talen spraken, bloot aan karakteristieke vocalisaties met 30 betekenissen die van groot belang geweest zouden zijn voor de overleving van de eerste mensen. De deelnemers moesten vervolgens het geluid verbinden met een van zes woorden, met inbegrip van de bedoelde betekenis.

De bedoelde betekenissen voor vocalisaties werden in zes hoofdcategorieën ingedeeld: levende wezens (kind, man, vrouw, tijger, slang, hert), levenloze zaken (mes, vuur, steen, water, vlees, fruit), handelingen (verzamelen, koken, zich verbergen, snijden, kloppen, jagen, eten, slapen), eigenschappen (stomp, scherp, groot, klein, goed, slecht), hoeveelheden (een, veel) en aanwijzingen (dit, dat).

Onderzoekers verkregen deze vocalisaties via een online wedstrijd waar mensen in ruil voor prijzen de basisgeluiden konden indienen die volgens hen het beste verschillende woorden voorstelden. Alle indieners spraken Engels.

In het experiment identificeerden mensen gemiddeld voor 64,6% correct de betekenis van deze vocalisaties. De meest herkenbare vocalisatie was die voor ‘slapen’, die door 98,6% van de mensen werd geïdentificeerd. De minst herkenbare was het aanwijzende ‘dat’, met een nauwkeurigheid van 34,5%, wat wel nog veel hoger is dan de 16,7% (een in zes) bij toeval. 

In het algemeen begrepen mensen de vocalisaties van handelingen en wezens beter dan die voor eigenschappen en aanwijzingen. “Deze herkenbare geluiden [handelingen en wezens] worden waarschijnlijk over de culturen heen aan deze betekenissen gekoppeld”, zei Perlman. “Bij de andere is er waarschijnlijk meer variëteit in wat dat geluid precies is.”

Van de 25 talen die de deelnemers spraken, konden sprekers van 20 talen de betekenis van elke vocalisatie correct raden, sprekers van vier van de talen deden dit voor alle vocalisaties op één na, en de sprekers van de resterende taal raadde op twee na alle vocalisaties juist. De taal waarvan de sprekers de laagste nauwkeurigheid haalden, was Thai met gemiddeld 52,1% en de best presterende taal was Engels met een gemiddelde nauwkeurigheid van 74,1%.

In een tweede, kleiner experiment met slechts 12 van de basisvocalisaties, toonden mensen die gesproken talen zonder formeel schrift gebruikten, zoals de inheemse Palikúr uit de Amazone, ook aan dat ze vocalisaties begrepen door na het beluisteren te wijzen naar afbeeldingen van de correcte betekenissen. Ze konden de betekenissen te weten komen zonder geschreven of gesproken vragen, wat veel beter was dan wat je op basis van toeval zou verwachten.

Volgens Perlman namen onderzoekers tot dusver aan dat mensentalen zich ontwikkelden door het gebruik van karakteristieke gebaren — zoals je arm wiegelen om de beweging van een slang na te doen — en andere fysieke signalen. Volgens deze theorie voegden de mensen na communicatie met gebaren geleidelijk aan gesproken woorden toe die deze fysieke signalen vervingen.

“Dat klinkt logisch”, zei Perlman. “Als je naar een land gaat waarvan je de taal niet spreekt, dan ga je intuïtief met gebaren communiceren wat je wilt uitdrukken.”

Maar ons vermogen om de betekenis van karakteristieke vocalisaties te interpreteren, suggereert dat mensen mogelijk geen fysieke gebaren nodig hebben om woorden aan te maken. In de plaats daarvan waren vocalisaties mogelijk de eerste bouwblokken van talen en werden fysieke gebaren later mogelijk aan individuele woorden toegevoegd.

Maar niet alle onderzoekers zijn het hiermee eens.

“Een overtuigender argument voor de rol van karakteristieke weergave in de taalevolutie komt van handmatige gebaren”, zegt Michael Corballis, een psycholoog gespecialiseerd in taalevolutie aan de universiteit van Auckland (Nieuw-Zeeland). “Gebarentalen hebben een meer voor de hand liggend karakteristiek element dan spraak. Niettemin is er steeds meer bewijs van een karakteristieke component in de menselijke spreektaal”, zegt Corballis.

In werkelijkheid zou de ontwikkeling van de eerste talen honderden of zelfs duizenden jaren gevergd moeten hebben, en waarschijnlijk heeft een combinatie van vocalisaties en gebaren een rol gespeeld. We hebben handen en een stem en met beide communiceren we al miljoenen jaren”, zegt Perlman. 

“Ik ben het ermee eens dat een multimodale oorsprong het meest geloofwaardig is”, zegt Michael Arbib, een taalexpert en computerneurowetenschapper aan de universiteit van South Carolina. “Bepaalde wezens verkiezen specifieke geluiden om betekenissen weer te geven, andere verkiezen gebaren.”

Maar net als bij het verhaal van de kip en het ei, is het moeilijk om te zeggen wat eerst kwam: vocalisaties of gebaren. 

“De volgende stap is kijken of mensen geluiden van mensen uit andere culturen en met andere talen dan het Engels kunnen begrijpen”, zegt Perlman. Daarna moeten toekomstige studies “complexere betekenissen en vocalisaties onderzoeken” om te zien hoe de eerste mensen op basis van deze geluiden de eerste talen ontwikkelden.

Volgens Arbib moeten toekomstige studies ook vocalisaties en gebaren vergelijken om te zien hoe ze het elk doen en welke woorden passen bij welk type communicatie. 

“Het is belangrijk om de oorsprong van de menselijke taal te begrijpen omdat taal een fundamenteel onderdeel is van wat het is mens te zijn”, zegt Perlman. “Het vertelt ons over onze geschiedenis, onze relatie met de wereld rondom ons en de essentie van wie we zijn.”

De studie werd op 12 mei online gepubliceerd in het magazine Scientific Reports.

(bron: Live Science)