Bantoe

Een nieuw debat over de geschiedenis van Afrikaanse talen

Het Zoeloe, Xhosa, Lingala… vandaag worden 550 Bantoetalen gesproken in het midden en zuiden van Afrika. Een derde van de Afrikanen spreekt er ten minste één. De Bantoetalen zijn dan ook de grootste taalfamilie van het continent.

Het Bantoe is afkomstig uit de grensstreek tussen Kameroen en Nigeria, en heeft zich in de loop der tijd in zuidelijke richting verspreid. Algemeen wordt aangenomen dat de huidige sprekers rechtstreeks afstammen van de mensen die ongeveer 4000 jaar geleden het tropisch woud van het Congobekken hebben gekoloniseerd. Maar een nieuwe studie in het kader van het Europese project BantuFirst onthult dat dit niet het geval is.

Niet-overeenstemmende archeologische sporen

Dit onderzoek stond onder leiding van de Universiteit Gent, in samenwerking met het Afrikamuseum, de ULB, de universiteit van Uppsala (Zweden) en de universiteit van Johannesburg (Zuid-Afrika). Daaruit blijkt onder meer dat de migratie van de Bantoebevolking naar het zuiden van het continent als een lange en aanhoudende gebeurtenis wordt beschouwd die meerdere duizenden jaren duurde. De huidige Bantoetalen zouden afkomstig zijn van de oude talen van deze eerste kolonisten. Maar daar is niet iedereen het over eens.

“Het is een discussie tussen archeologen en taalkundigen. Vanuit archeologisch standpunt klopt deze hypothese niet als je naar de materiële bronnen kijkt”, zegt archeoloog Dirck Seidensticker, onderzoeker aan de UGent en eerste auteur van de studie.

Er bestaat immers een ‘gat’ in de tijdlijn wat archeologische bewijzen betreft. “Er is een periode waaruit we nagenoeg geen sporen van menselijke activiteiten in het tropisch woud van Congo vinden. Dat wijst erop dat de Bantoegemeenschappen grotendeels uit de streek waren verdwenen”, stelt de tweede auteur, professor Wannes Hubau, paleobotanist en ecoloog van tropische wouden aan de UGent en in het Afrikamuseum.

Het BantuFirst-project wil dit idee testen en nagaan of de huidige verdeling van de Bantoetalen overeenstemt met de eerste uitbreidingen van deze taal in de prehistorie.

De sporen van de eerste kolonisten van het tropisch regenwoud

De onderzoekers hebben de demografische evolutie in het woud van het Congobekken onderzocht. Het bestudeerde gebied omvat 11 regio’s in Kameroen, Gabon, Equatoriaal Guinea, Congo-Brazzaville, Centraal-Afrikaanse Republiek, Congo en Angola.

Hiertoe hebben ze gegevens uit honderden wetenschappelijk studies verzameld. Er werden 1149 C14-dateringen van archeologische vondsten gebruikt. “We hebben in meerdere sectoren van het bestudeerde gebied de analyse zelfs herhaald”, preciseert professor Hubau.

Deze gegevensverzameling werd gecombineerd met de analyse van 115 stijlen van aardewerk uit 726 verschillende locaties. “Het aardewerk is het meest verspreide artefacttype in de archeologische onderzoeken en opgravingen in Centraal Afrika. Aardewerkfragmenten uit een of meerdere locaties werden ingedeeld naar hun stilistische kenmerken op basis van de vorm en de motieven van hun decoratie”, leggen de auteurs van de studie uit.

Deze archeologische gegevens werden bovendien vergeleken met genetische en taalkundige gegevens.

Gemeenschappen die verdwijnen sinds de 5de eeuw

“In het noordwesten van het Congobekken is er uit de periode tussen 400 en 600 na het begin van onze tijdrekening geen enkel aardewerk te vinden. Ofwel was het aardewerk ouder, ofwel jonger, en was er een grote verscheidenheid aan stijlen, vormen en zelfs fabricagetechnieken”, legt dr. Seidensticker uit.

Uiteindelijk wist de studie aan te tonen dat er twee periodes waren met grote menselijke activiteit in de regio (van circa 800 jaar vóór tot 400 jaar na het begin van onze tijdrekening, vervolgens van circa 1000 tot 1900 jaar na onze tijdrekening), gescheiden door een periode van ongeveer 200 jaar inactiviteit.

“Met deze studie beschikken we voor het eerst over sluitende bewijzen over een vermindering van de menselijke activiteit vanaf de 5de eeuw en dus over een ontvolking van de regio, die honderden jaren later gevolgd is door de hernieuwde vestiging van nieuwe koloniën”, meldt professor Hubau.

De verspreiding van de Bantoetalen was dus geen ononderbroken proces van Centraal-Afrika naar zuidelijk Afrika. “Het is duidelijk dat er meerdere migratiegolven zijn geweest. Verschillende taalkundige uitbreidingsfasen hebben elkaar dus opgevolgd”, vertelt professor Hubau nog. Dat betekent dat de huidige sprekers niet de rechtstreekse afstammelingen zijn van de eerste Bantoegemeenschappen.

Een pandemie als oorzaak van verval?

Waarom de inwoners van het tropisch woud van Congo tussen 400 en 600 verdwenen, blijft onzeker. Wetenschappers schuiven de hypothese naar voren dat deze massale ontvolking het gevolg van een lange pandemie kan zijn geweest.

Volgens professor Hubau “is het mogelijk dat een klimaatverandering een rol heeft gespeeld, want een vochtig klimaat kan de ontwikkeling van ziekten bij de gemeenschappen van het tropisch woud van Congo hebben bevorderd.”

“Er zijn evenwel andere onderzoeken nodig om deze hypothese te bevestigen”, besluit de onderzoeker.

(bron: Daily Science)