Meer dan zeventig jaar lang bleven twee mysterieuze manuscripten uit de grotten bij Qumran onleesbaar. Nu heeft Emmanuel Oliveiro van de Rijksuniversiteit Groningen als eerste het zogeheten ‘Cryptic B’-schrift ontcijferd. En de inhoud verrast. Geen ketterse geheimen, geen verboden kennis, maar vertrouwde bijbelse teksten, zorgvuldig versleuteld door een gemeenschap die haar geschriften blijkbaar liever voor zichzelf hield.
Een doorbraak na decennia stilstand
De Dode Zeerollen behoren tot de belangrijkste archeologische vondsten van de twintigste eeuw. Sinds hun ontdekking in de jaren vijftig hebben geleerden duizenden fragmenten bestudeerd, vertaald en geïnterpreteerd. Eén puzzelstuk bleef echter hardnekkig onoplosbaar: het Cryptic B-schrift.

Waar het verwante Cryptic A al in 1955 werd gekraakt, weigerde Cryptic B zijn geheimen prijs te geven. De oorzaak lag voor de hand: er bestaan slechts twee manuscripten in dit schrift – 4Q362 en 4Q363 – en beide zijn ernstig beschadigd. Kleine, rafelige stukjes huid met tekens die geen enkele bekende taal leken te vormen.
Het eureka-moment
Oliveiro combineerde statistische analyse met wat hij zelf ‘intuïtie’ noemt. Zijn uitgangspunt was dat Cryptic B, net als Cryptic A, een eenvoudig substitutiesysteem moest zijn: elke Hebreeuwse letter werd consequent vervangen door een geheim teken. Theoretisch levert dat astronomisch veel mogelijkheden op. Te veel om zelfs met moderne computers door te rekenen.
De doorbraak kwam toen Oliveiro een woord van vijf tekens analyseerde. Het eerste teken leek op een Hebreeuwse yod met een extra streepje, het tweede op een paleo-Hebreeuwse he. Patroonherkenning in bijbelse teksten wees naar één kandidaat: ‘Israël’. Die hypothese bleek te kloppen. Vanaf dat moment vielen de overige letters als dominostenen om.
Geen sensatie, wel inzicht
De ontcijferde tekst onthult geen schokkende waarheden. De fragmenten bevatten religieuze taal met herkenbare bijbelse formuleringen: verwijzingen naar ‘Israël’, ‘de zonen van Juda’, ‘de tenten van Jakob’ en ‘Elohim’. Eén passage vermeldt ‘het tweede jaar, de vijfde maand’, een typische datering uit profetische teksten. Een ander fragment spreekt intrigerend over een ‘grafmonument’ en ‘grafstenen’, wat mogelijk wijst op een funeraire context.
Waarom dan versleutelen?
Als de inhoud zo vertrouwd was, waarom dan de moeite nemen om in code te schrijven? Oliveiro sluit aan bij een eerdere observatie van de gerenommeerde geleerde Frank Cross: de geheimschriften van Qumran dienden waarschijnlijk niet om ketterse ideeën te verbergen, maar om status te markeren. Het kunnen lezen en schrijven van deze codes onderscheidde een priesterlijke elite van gewone leden van de gemeenschap. Het was, met andere woorden, geen slot op verboden kennis, maar een exclusief lidmaatschapsbewijs.
Nieuwe vragen
Oliveiro’s werk sluit het dossier Cryptic B niet af, integendeel. Hoe verklaar je de variatie binnen de lettertekens? Wat is de precieze relatie met Cryptic A? En welke rol speelde dit schrift in de dagelijkse praktijk van de Qumran-schrijvers? Die vragen wachten op toekomstig onderzoek.
Wat de ontcijfering vooral laat zien, is dat het diepste mysterie soms niet schuilt in de verborgen boodschap zelf, maar in het simpele feit dat iemand tweeduizend jaar geleden besloot dat deze boodschap het verdienen waard was om in code te worden geschreven. Nu kunnen we die tekst eindelijk lezen.
Bron: Oliveiro, E. (2025). Cracking Another Code of the Dead Sea Scrolls: Deciphering Cryptic B (4Q362 and 4Q363) through Analysis and Intuition. Dead Sea Discoveries.