Indo-Europese talen teruggevoerd tot volk dat 6500 jaar geleden in de steppe woonde
De Indo-Europese talen vormen de helft van de talen die op dit moment op aarde worden gesproken. Volgens een nieuw DNA-onderzoek zijn ze afkomstig van een oud volk dat in bergen van de Noord-Kaukasus en aan de benedenloop van de Wolga leefde.
Deze taalfamilies, waaronder de Germaanse, Indo-Iraanse en Keltische families, zijn afkomstig van een gemeenschappelijke taal die we Proto-Indo-Europees noemen. De herkomst van die taal was tot dusver een mysterie.
In het nieuwe onderzoek analyseerden onderzoekers van de universiteit van Wenen DNA-monsters van 435 mensen van archeologische sites in heel Eurazië van 6400 tot 2000 vóór onze tijdrekening. Ze ontdekten dat een nieuw ontdekt oud volk dat in de steppe van de Kaukasus en benedenloop van de Wolga leefde, verbonden was met alle moderne volkeren die Indo-Europese talen spreken.
Dat oude volk, dat we nu CLV noemen, leefde tussen 4500 en 3500 vóór onze tijdrekening, volgens het onderzoek dat onlangs in het magazine Nature werd gepubliceerd.
Uit eerdere onderzoeken blijkt dat de Yamnaya-cultuur, die bloeide in de steppes te noorden van de Zwarte en Kaspische Zee, zich rond 3100 vóór onze tijdrekening over Europa en Centraal-Azië verspreidde.
Hun migratie is de reden voor de ‘steppe-afkomst’ in volkeren in Eurazië tussen 3100 en 1500 vóór onze tijdrekening, wat het grootste effect op Europese menselijke genen had van alle demografische gebeurtenissen in de voorbije 5000 jaar.
De beweging van de Yamnaya’s in deze richting wordt algemeen gezien als de belangrijkste oorzaak van de verspreiding van Indo-Europese talen. Er is echter een groep Indo-Europese talen, de Anatolische taalfamilie, die geen steppe-afkomst vertonen.
Anatolische talen, waaronder Hittitisch, vormen de oudste tak van de Indo-Europese taalboom en bevatten de oudste woorden en zegswijzen die de andere takken verloren hebben.
Onderzoekers ontdekten dat deze groep talen afkomstig is van een volk dat nog niet eerder goed was beschreven.
Het nieuwe onderzoek voerde deze taalgroep terug tot een oud volk dat in de steppes tussen de Noord-Kaukasische bergen en de benedenloop van de Wolga leefde tussen 4500 en 3500 vóór onze tijdrekening.
De DNA-analyse toonde aan dat ongeveer 80 procent van de afkomst van het Yamnaya-volk terug te voeren is tot de bevolkingsgroep die ook gelinkt is met een tiende van de afkomst van de Centraal-Anatolische sprekers van Hittitisch uit het Bronzen tijdperk.
“De CLV-groep kan dus aan alle Indo-Europees sprekende volkeren worden gelinkt en is de beste kandidaat voor het volk dat Indo-Anatolisch sprak, de voorloper van zowel Hittitisch als alle latere Indo-Europese talen”, zegt Ron Pinhasi, medeauteur van het onderzoek.
Uit het onderzoek bleek ook dat de integratie van de Proto-Indo-Anatolische taal – gedeeld door Anatolische en Indo-Europese volkeren – zijn hoogtepunt bij de CLV-gemeenschappen bereikte tussen 4400 en 4000 vóór onze tijdrekening.
“De ontdekking van het CLV-volk als de ontbrekende schakel in het Indo-Europese verhaal is een keerpunt in de 200 jaar oude zoektocht naar de herkomst van de Indo-Europeanen en de routes waarlangs deze volkeren zich over Europa en delen van Azië verspreidden”, zegt dr. Pinhasi.